Geschiedenis

Alfons Maria Mucha

Alfons Maria Mucha : geboren op 24 juli 1860 in Ivanèice, Moravië (het huidige Tsjechië), hij overleed op 14 juni 1939 in Praag.
De werken van deze kunstenaar zijn onlosmakelijk verbonden met de Jugendstil kunststroming, populair aan het begin van de twintigste eeuw.
Hij is in deze Art Nouveau-beweging vooral bekend geworden door zijn creatie van een groot aantal prachtige posters/schilderijen.
In 1887 vertrok Mucha uit zijn geboorteland naar het toenmalige broeinest van de kunst: Parijs. 
Zeven jaar later brak hij door met een affiche voor het toneelstuk Gismonde, in de hoofdrol de Franse actrice Sarah Bernhardt, DE toenmalige ster van het Parijse theater.
Zijn werk bestond voornamelijk uit affiches maar hij maakte ook decors, meubelen, kostuums en juwelen. De affiches werden toentertijd zelfs van de straat geroofd.
Zijn stijl kenmerkt zich door de sierlijke lijnen, frisse pastelkleuren en weelderige motieven.
Deze werken zijn prominent aanwezig in onze aankleding van de zaak.

Art Nouveau

“Art Nouveau” : Art Nouveau of Jugendstil is een naam die wordt gegeven aan de stijlvernieuwing in Europa tussen ca. 1890 en 1910. Het heeft als "zuivere stijl" maar een jaar of 20 bestaan.
Het is een voorloper van of basis voor het latere Art Deco.
De Art Nouveau-vormen zijn zwieriger en omwille van de romantische sfeer hebben we gekozen om delen van ons project op deze manier “aan te kleden”.
Omwille van de sfeer van de jaren ’20-’30 die we als thema voor onze zaak willen bereiken, leent deze stijl zich daar enorm toe. Uitgebreid research via geschreven en geïllustreerde werken, maar ook door fieldresearch in onder andere Parijs en Brussel zijn we overtuigd geraakt dat deze stijl onze klanten als het ware met een teletijdmachine terugbrengt naar deze flamboyante, bohèmiene, decadente periode.

Art Nouveau blijft over het algemeen voorbehouden aan België en Frankrijk, terwijl jugendstil wordt gekoppeld aan Oostenrijk en Duitsland. In de namen komen de woorden "nieuw" en "jeugd" voor en daarmee hoor je al de bedoeling van art nouveau en jugendstil, namelijk zich onderscheiden van de oude (neo)stijlen.

Art Deco

“Art Deco” : een stijl in de architectuur, de interieurinrichting en de toegepaste kunst die vooral populair was in de periode 1920-1930.
De vormgeving is strak en eenvoudig:
lange, dunne vormen, gebogen oppervlakten, geometrische vormen, rood, zwart en zilver, abstractie en heldere kleuren.

Absinth

“Absint”:  sterke drank op basis van anijs, absintalsem (Artemisia absinthium), venkel en een aantal aanvullende kruiden. Absint heeft meestal een groene of geelgroene tint, maar wordt soms als kleurloos distillaat gebotteld (blanke absint).
Absint wordt puur gedronken, maar gebruikelijker is om volgens een vast ritueel water en suiker toe te voegen.
Een absintlepel met een suikerklontje wordt op het glas geplaatst. In een moderne (meer Oost-Europese) variant van het absintritueel wordt het suikerklontje met absint geflambeerd. Vervolgens wordt ijskoud water over het suikerklontje gedruppeld en tenslotte wordt goed geroerd.
Het voornaamste “genot” dat de echte Absintdrinkers uit de jaren ’30 zich toe-eigenden, was het aanschouwen van “de groene fee”… de zweem die ontstond als het bijgevoegde ijswater zich vanuit de oplossende suiker bij de Absint vermengde.
Een ritueel dat nauwgezet en “ideaal” moest gebeuren om “dit kunstenaarswezen” in het glas te laten ronddwalen.


Een overmatige alcoholconsumptie, ook van de Absint (wijn was onbetaalbaar geworden door een plaag van druifluis die de wijngaarden teisterde) én het zeer onzorgvuldige stoken van de drank (zowat ieder provinciestadje opende wel een Absintstokerij) zorgde ervoor dat de drank een negatief imago kreeg. Toen wijnboeren na de plaag zagen dat de omzet van hun herstelde wijnoogst drastisch was teruggelopen, was een lastercampagne tegen Absint een welkome redmiddel. Kortom, Absint zou een bron van verderf betekenen.
Absint werd in het begin van de 20e eeuw in diverse Europese landen verboden, wegens een louter vermeende hallucinogene werking en neurotoxiciteit van het bestanddeel thujon.
De (handig uitgespeelde) aanleiding tot het verbod was onder andere het tragische geval van de Zwitserse alcoholist Jean Lanfray, die na een overmatige alcoholconsumptie zijn gezin uitmoordde. Blijkbaar had hij naast liters andere drank ook twee (2 !) glazen Absint gedronken.
Genoeg om de “groene fee” naar de brandstapel te verwijzen.
Recent onderzoek heeft de psychoactieve werking van thujon slechts kunnen aantonen bij zeer hoge doseringen, veel hoger dan waarvan bij normale Absintconsumptie sprake is.
Tevens is aannemelijk gemaakt dat de toxische effecten waren toe te schrijven aan de toevoeging van schadelijke stoffen, zoals kopersulfaat, om de kleur te verfraaien. 
Uiteraard zijn vandaag de productie veel zuiverder en vooral ook strenger gecontroleerd.
Op grond van deze conclusies is Absint weer toegestaan in de Europese Unie.
In landen als Duitsland en Frankrijk wordt sinds de jaren negentig weer Absint geproduceerd.
Andere Absintproducerende landen, zoals Spanje en Portugal, hebben zelfs nooit een verbod op Absint gekend.
In Nederland was Absintverkoop verboden bij de Absintwet van 1909, in 2005 werd deze ingetrokken.
Door de commotie die Absint teweeg bracht in de jaren ’30 en de typische onverzettelijkheid waar sommige heel bekende Absint-drinkers (Degas, Manet, Van Gogh, en vele anderen) zich bleven tegoed doen aan deze goddelijke drank (of moeten we duivels in de mond nemen ?), besloten we om in Bon-Bon “jour” deze (vooral) Parijse levensvorm levendig op te nemen in ons concept.
Foto’s en krantenartikels uit de jaren ’30 zullen aanwezig zijn in onze zaak en verwijzen naar de kruistocht die (trouwens tevergeefs) gevoerd werd tegen deze “verderfelijke” drank.

Victoriestraat nr 10

De woning werd in de late jaren '20, vroeg jaren '30 gebouwd in opdracht van de Familie Antonis.
Wat wel opmerkelijk is... de woning had vroeger nummer 12, getuige hiervan is een nog bewaarde jachtbak ("sjas") .
Tot de jaren '70 was het de woning en bureel van Kolenhandel Antonis, zoals op een oude prentbriefkaart nog te zien is.
 

Toen werd de woning gekocht door de Familie Lepsch.
Heel in het begin had moeder Lepsch er een hoedenwinkel, maar het overgrote deel van de tijd tot 2007 waren meerdere leden van de familie in het pand actief als antiekhandelaars.
 

In november 2007 kwam de woning in onze handen en verrasten wij de vorige eigenaars. We gingen de karaktervolle woning niet afbreken zoals andere projectontwikkelaars wel van plan waren. Ons inziens zijn er al te veel prachtige oude panden met de grond gelijk gemaakt. Nee, wij waren verliefd geworden op de typisch Art Deco-traphal en wilden vanuit dit vertrekpunt iets unieks realiseren...
Niettegenstaande het pand een grondige renovatie, herbouwing, verbouwing en uitbreiding gekend heeft, bleef de ziel van de woning wel aanwezig !!